Alle losse onderdelen werden naar boven gebracht en in een paar maanden had Snel de piano weer in elkaar gezet. Na een aantal bezoeken aan een pianowerkplaats wist hij het zeker: hij wilde geen bouwkundig ingenieur worden, maar pianostemmer. En dus begon Evert Snel ruim vijfendertig jaar geleden als leerling-pianostemmer.
Tegenwoordig heeft Evert Snel de leiding over een bedrijf dat twintig personeelsleden telt en dat piano’s en vleugels importeert, verkoopt, verhuurt, transporteert en restaureert. Het aantal stemklanten bedraagt tussen de drie- en vierduizend. Ook de ruim honderd vleugels van het Koninklijk Conservatorium Den Haag en het instrumentarium van Muziekcentrum Vredenburg behoren tot de stal van Evert Snel.
De nationale reputatie van Evert Snel is omstreeks 1980 pijlsnel van de grond gekomen door de bouw van de zogenaamde “Luthéal”. De Luthéal was toen een nagenoeg vergeten instrument, dat de pianoklank naar believen kan veranderen in die van een clavecimbel, een luit en een cimbaal. De violist Theo Olof herinnerde zich dat Maurice Ravel zijn “Tzigane voor viool en piano” oorspronkelijk voor viool en luthéal had geschreven. Op één van zijn speurtochten trof Olof de restanten van een vermoedelijke luthéal aan in de kelder van het Brusselse museum voor muziekinstrumenten. Hij polste Evert Snel over mogelijk herstel. Er was veel geëxperimenteer en onderzoek nodig alvorens Evert Snel de klankregelaar weer toepasbaar had gemaakt op een Pleyel vleugel uit 1911.




